Pieter van Broekhuizen

chemicus en onderzoeker nanotechnologie IVAM

Interview met chemicus Pieter van Broekhuizen

Pieter van Broekhuizen is chemicus bij het IVAM.  Het IVAM beantwoordt vragen op het gebied van mens en milieu. IVAM is een onderzoeks- en adviesbureau op het terrein van duurzaamheid, voortgekomen uit de Interfacultaire Vakgroep Milieukunde (IVAM) van de Universiteit van Amsterdam en de Chemiewinkel Amsterdam. Pieter van Broekhuizen houdt zich met name bezig met de chemische risico´s van nanotechnologie. Hij adviseert onder andere de FNV in de SER en werkte mee aan het SER-advies aan SZW over hoe voorzorg toe te passen bij het veilig om te gaan met nanomaterialen. Volgens Van Broekhuizen is de inventarisatie van de Voedsel en Warenautoriteit naar nanodeeltjes in consumentenproducten beperkt.

Hebt u enig idee welke producten nanodeeltjes bevatten?
Heel wat denk ik. Zo gebruiken galvaniseerbedrijven bij het galvaniseren van metaal ook nanomaterialen. Je kunt het terugvinden bij fietszadels, veren, en invalidenkarretjes. Het zou  ook in wandelwagens van kinderen kunnen voorkomen. VWA heeft onlangs een rapport uitgebracht over het gebruik, maar heeft slechts een teleurstellend klein aantal producten kunnen identificeren. Ze kwamen vooral uit op producten in de cosmetica en coatings van materialen. Er bestaat ook geen lijst van fabrikanten van nanomaterialen. We hebben als SER gepleit voor meer openheid over het gebruik van nanomaterialen in producten en er is een motie geweest in de Tweede Kamer om de producenten van nanoproducten een meldingsplicht hiervan op te leggen. Maar dit is vooralsnog doorgeschoven naar Europa. De Nederlandse overheid is van mening dat een eventuele meldingspicht een Europese aangelegenheid is. Volgens mij is er overigens niets op tegen als Nederland in dit opzicht een voortrekkersrol zou spelen.

Hebt u enig idee in hoeverre nanodeeltjes schadelijk kunnen zijn voor gezondheid en milieu?
Lang niet alle toepassingen met nanodeeltjes zijn onveilig. Het heeft te maken met de hoeveelheid blootstelling en de toxiciteit van de deeltjes en de omstandigheden waaronder blootstelling plaatsvindt. Je weet heel veel dingen niet en daarom moet je voorzorgsmaatregelen nemen om de nadelige gevolgen voor te zijn. Maar je moet je als consument ook niet gek laten maken. Je hoeft niet meteen bang te zijn dat nanoverf levensgevaarlijk is. Het is kan wel gevaarlijk zijn wanneer je het verspuit omdat er dan in principe een grotere blootstelling kan plaatsvinden. Zou een deur met nanoscharnieren gevaarlijk zijn? Ik denk het eigenlijk niet. Belangrijk is om te weten of de deeltjes dispersief zijn, wanneer er nanomateriaal vrijkomt bij het gebruik, bijvoorbeeld wanneer de baby er met zijn handjes aankomt of op het object zuigt. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of het schadelijk zou zijn voor de baby. Hetzelfde verhaal geldt ook voor kleertjes waarin nanomateriaal is verwerkt. We weten nog niet wat hiervan de effecten zullen zijn. Komen de deeltjes daaruit vrij, en kunnen ze door de huid worden opgenomen? Je hoeft mensen niet nodeloos ongerust te maken als het niet schadelijk zou zijn of als opname niet plaatsvindt.

Zou u uw kleinkind melk geven uit een nanobabyfles?
Ik ben twee keer opa geworden dus ik heb kleine kinderen in de familie. Wat is een nanobabyfles? Bestaat deze al? In frisdrankflessen kunnen wel nanodeeltjes verwerkt zijn. Deze worden aan het plastic toegevoegd om het transport van koolzuur en gas door de wand tegen te gaan. In de fles worden nanokleideeltjes in miniscule schijfjes toegepast. Het koolzuur blijft hiermee beter in de frisdrank  behouden. Deze nanoklei is niet schadelijk voor de gezondheid, ook niet bij baby’s. Ik zou geen baby met zuivere nanoklei laten spelen, maar baby’s kunnen rustig met een petfles in de weer. De klei zit namelijk opgesloten in de matrix (in het plastic van de fles). Op deze manier gebruikt, is het veilig, maar je moet het niet inademen. Ik vind soms wel dat jullie (dus het WECF) problemen zoeken die er niet zijn. Veiligheid kun je ook verkeerd interpreteren. Maar heel belangrijk vind ik jullie kritische houding ten aanzien van het productgebruik. Soms is een nanotoepassing onnodig, zo ook het toevoegen van nanozilver in sokken om je voeten automatisch te steriliseren. We hoeven niet alles bacterievrij te maken, want dat gaat ten koste van het optimaal functioneren van het immuunsysteem van het lichaam. Blootstelling aan bacteriën stimuleert immers de activiteit van het immuunsysteem. In plaats van je kinderen nanosokken aan te trekken, kun je hun ook beter ademende schoenen aan doen en hun voetjes vaker wassen.

Vindt u dat retailers hun klanten op de hoogte moeten brengen van de mogelijke risico’s van nanoproducten?
De handel zou in eerste instantie op de hoogte moeten zijn van de materialen die zij verhandelen en de risico’s die hiermee gepaard gaan. Ze zouden dan een ‘worst case’ situatie moeten toepassen en de risico’s in kaart moeten brengen. Als ze concluderen dat een product een risico kan vormen, dan zou je de ouders hiervan op de hoogte moeten brengen. De hele keten is aansprakelijk, vind ik. Het risico zou geëtiketteerd moeten worden. Via de chemische regelgeving REACH kan men wel meer inzichten in en openheid over de risico’s van chemische en nanoproducten verwachten, maar vooralsnog geldt de verplichting voor het maken van een “chemisch veiligheids rapport” vnl. voor stoffen die  in meer dan 10 ton per jaar op de markt worden gebracht. Voor nano zouden er nieuwe afspraken moeten komen voor het maximum per beoogd gebruik. Wat spreek je af als er een nanocoating op uit China geïmporteerde poppetjes blijkt te zitten? Het is de verantwoordelijkheid van de importeur en producent om de inkoper hierover te informeren. Helaas worden veel producten niet zorgvuldig gecontroleerd en veel ongelukken gebeuren thuis. Maar vooral ook de ouder heeft hierin een verantwoordelijkheid. Ik ben voor een richtlijnenbeleid, maar niet alles kan worden gecontroleerd.

Hoe moet je omgaan met de onzekerheden omtrent de risico’s van nano?
Heel veel dingen moet je bespreken voordat je alles te weten komt over een product met nanodeeltjes. Je zit namelijk altijd met een beperkte kennis over producten, daarom is het goed niet te wachten totdat je alles weet voordat je een beleid hierover gaat uitstippelen. De discussie op het nanopodium is echter van een andere orde. Deze gaat voor een belangrijk deel over hoe wij onze eigen toekomst zien en welke rol wij daarin zien voor nanotechnologie. Daar zijn de risico’s maar een klein onderdeel van. Als je het publiek de vraag voorlegt: “Wat vindt u van het gebruik van de onzichtbare nanotechniek, waarvan nog zo weinig bekend is over de gezondheidsrisico’s en effecten?” dan leg je hen in feite al het antwoord in de mond. Niemand wil een onzichtbaar risico, dus de meeste mensen zullen naar mijn verwachting hierop afwijzend reageren.

Wat zou een retailer voor intern beleid met betrekking tot nanotechnologie moeten hebben?
Een zekere alertheid is wel belangrijk voor de producent en verkoper.
Hoe zouden ze zich moeten voorbereiden op de vragen van consumenten?
De retailers zouden informatie moeten kunnen inwinnen bij de importeur en producent over de samenstelling en eventuele risico’s die de producten bij gebruik voor mens en milieu kunnen hebben. Het is de verantwoordelijkheid van de importeur en producent om de inkoper hierover te informeren.

Zouden retailers op hun producten moeten vermelden of deze nanodeeltjes bevatten?
Ons punt is dat retailers een transparant beleid zouden moeten hebben. Je moet ook niet ten onrechte risico’s claimen. Als iets niet duidelijk is, moet je zeggen dat het niet duidelijk is. Verder niks. Retailers moeten wel informatie die relevant is, doorgeven aan de consument.