Marie Kranendonk

Oprichtster WECF

Interview met Marie Kranendonk, oprichtster en ere-voorzitter WECF

Marie Kranendonk is de oprichtster en voormalig voorzitter van het WECF (Women of Europe for a Common Future). Ze maakt zich zorgen over de risico’s van nanodeeltjes in consumentenproducten voor baby’s en jonge kinderen. Marie Kranendonk merkt wel dat de detailhandelaren het belangrijk vinden dat er kritisch naar deze producten gekeken wordt, maar ziet dat ze toch teveel de verantwoordelijkheid naar de overheid afschuiven.

Vindt u dat de retailers voldoende op de hoogte zijn van de ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie?
Mijn indruk is dat ze zelf niet zoveel van de risico’s van nanodeeltjes in consumentenproducten afweten. Dat vind ik een groot probleem, omdat er steeds meer producten met nanodeeltjes op de markt komen. Ze kunnen de consument niet garanderen dat al deze producten veilig zijn. Als we navraag doen bij de onderzoekers, dan blijkt dat zij zelf ook weinig weten over de effecten van nanodeeltjes in consumentenproducten, zeker op lange termijn.

De overkoepelende organisaties zoals de Raad Nederlandse Detailhandel, de Nederlandse Cosmeticavereniging en het Centraal Bureau voor Levensmiddelen hebben ook hun visie op nanodeeltjes in consumentenproducten gegeven. Wat vindt u van hun houding hieromtrent?
Deze organisaties willen over het algemeen dat er veilige producten op de markt worden gebracht. Maar als je dan doorvraagt, of ze weten welke producten met nanodeeltjes veilig zijn of niet, dan weten ze dat niet zo goed. Ze gaan ervan uit dat de overheid en de producenten dit moeten weten en schuiven het dus van zich af. Zekerheid over de veiligheid van deze producten geven ze de consument niet. De overheid baseert zich op de rapporten van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), die op haar beurt beweert deze zekerheid helemaal niet te kunnen geven.  WECF vindt dit niet voldoende. Wij willen dat de veiligheid voor kwetsbare baby’s en ongeboren kinderen gegarandeerd wordt. Daar is momenteel dus geen sprake van.

Wat is de visie van het WECF over de schadelijkheid van nanodeeltjes in consumentenproducten?
WECF wil dat er absoluut heel goed onderzoek wordt gedaan naar nanodeeltjes in consumentenproducten. Producten moeten de garantie hebben dat ze geen schade veroorzaken bij zwangere vrouwen en ongeboren kinderen. Als je die graadmeter gebruikt, dan weet je dat deze producten ook veilig zijn voor andere mensen. Een kind in ontwikkeling is het meest gevoelig voor stoffen. Er wordt al veel onderzoek gedaan naar nanodeeltjes in producten en wij krijgen veel informatie van kritische onderzoeksinstituten uit Europa en Amerika binnen. We merken dat deze resultaten te weinig in discussies bij het bedrijfsleven worden meegenomen. Het bedrijfsleven heeft momenteel een veel te juichende houding ten opzichte van toepassing van nanodeeltjes in consumentenproducten.

Wat zou de detailhandel volgens u moeten doen?
Ik zou de detailhandel willen adviseren om met de overheid deel te nemen aan het klankbord over nanotechnologie. Het RIVM heeft een adviescentrum over nanotechnologie opgezet. Op dit moment zitten er wel werkgevers en werknemersorganisaties, maar de detailhandel is nog niet vertegenwoordigd. Het zou goed zijn als burgers hier aan mee doen en hun zorgen over deze producten op tafel kunnen leggen. Wij merken dat wij als WECF hier nog niet goed bij betrokken worden. Wij vertegenwoordigen namelijk de burgers, moeders en jonge kinderen dus.

Wat zou u de consumenten willen adviseren?
Ik vind dat het de consument nu te moeilijk gemaakt wordt omdat er nog weinig informatie is op het gebied van producten met nanodeeltjes. Er zijn geen labels op de producten met relevante informatie hierover. Je merkt dat de overkoepelende organisaties ook geen voorstander zijn van labeling. Een product moet inherent veilig zijn, zeggen ze, maar ze kunnen dit toch niet garanderen? Als consument kun je dus het beste vragen blijven stellen of er in een product nanodeeltjes zitten. Daarnaast kunnen de consumenten het internet raadplegen over de veiligheid van dit soort producten. Ze zouden de producenten direct kunnen benaderen. Hoe meer vragen er komen, hoe meer informatie de producenten gaan geven.

Wat adviseert u de overheid te doen?
Ik vind dat de overheid hier een grote verantwoordelijkheid in heeft. De overheid zou veel meer en veel sneller voorzorgsmaatregelen moeten treffen op dit gebied. Momenteel is er nog geen enkel beleid. In het belang van de gezondheid, de consument en het ongeboren kind moet je geen producten met nanodeeltjes op de markt te brengen, tenzij zeker is dat die geen schade kunnen veroorzaken. Met name de zorg en bescherming voor het ongeboren kind moet voorop staan.