Ineke Malsch

directeur Malsch Technovaluation

Interview met nanotechnologie adviseur Ineke Malsch

Ineke Malsch is directeur van Malsch TechnoValuation, een adviesbureau over technologie en samenleving. Zij is vijftien jaar geleden gestart met haar onderzoek naar nanotechnologie in de maatschappij toen er nog nauwelijks iets over bekend was. Zij reist de hele wereld af en ziet verschillende ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie.

Waar doet u precies onderzoek naar?
Ik onderzoek vooral nanotechnologie in de samenleving, hoe mensen het gebruiken en wat hun visie hierop is. Een actuele vraag is hoe schadelijk nanodeeltjes zijn. Gaan mensen en met name onderzoekers hier veilig mee om? Kun je nanodeeltjes vergelijken met  asbest? Zijn ze net zo schadelijk? Er is  nog weinig van bekend over de risico’s.  De effecten van nieuwe deeltjes die in producten worden verwerkt zijn volgens de producenten positief. Zo zorgen de nano zilverdeeltjes in sokken er bijvoorbeeld voor, dat je altijd frisse voeten hebt. Maar de vraag is natuurlijk wat er gebeurt met de deeltjes als je ze wast of als je de nanosokken weggooit. Komen ze dan in het milieu? Is dat dan schadelijk? Er is nog weinig over bekend of de gevolgen negatief zouden zijn. Ik volg onder andere de discussie of nanodeeltjes veilig zijn op het werk. Wat doet de onderzoeker aan de universiteit en in welke toepassing voorziet hij na een aantal jaren?

Hebt u enig idee in hoeverre nanodeeltjes schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn?
Momenteel wordt er onderzocht of nanodeeltjes wel of niet veilig zijn in oplossingen of vrij rondvliegend. Er is geconstateerd dat op een kantoor meer nanodeeltjes geproduceerd worden dan in het laboratorium, waar met nanodeeltjes wordt gewerkt. Zo komen er veel nanodeeltjes bij het printen en uit de vloerbedekking los. Nanodeeltjes bestaan al heel lang. Zo bevatten de glas- in- lood ramen in oude kerken nanodeeltjes zoals de gouddeeltjes in rode ramen en zilveren deeltjes in gele ramen. Het zit vast in het glas, dus het vormt geen risico. Nanodeeltjes ontstaan zelfs in de natuur, dus dit hoeft niet kunstmatig te gebeuren. Zo vliegen er in Nederland al veel nanodeeltjes rond van zeezout want we wonen vlakbij de zee. In melk komen ook veel nanodeeltjes voor zoals de coloïden, omdat ze kleiner zijn dan 100 nanometer. Nanodeeltjes uit de natuur zijn niet gevaarlijk, want we leven er al miljoenen jaren mee.  Maar je hebt helaas ook schadelijke deeltjes, zoals de nano roetdeeltjes in uitlaatgassen. Deze zijn slechter dan grotere roetdeeltjes, omdat deze helemaal diep kunnen doordringen in je longen.

Vindt u dat retailers de consument moeten informeren over nanodeeltjes in hun producten?
Ja, het wordt al verplicht gesteld door het Europese parlement in 2013 voor cosmeticaproducenten en retailers. Ik denk dat het goed is om nanodeeltjes op het product te vermelden. Het is ook goed om ook op de website te zetten wat het betekent wanneer er nanodeeltjes in een specifiek product voorkomen. Consumenten moeten ook vragen kunnen stellen aan de retailer. Labelen is geen alternatief voor testen, het moet allebei gebeuren. Als iets ongezond blijkt te zijn, dan is de retailer wel aansprakelijk. Het zorgvuldig inkopen van veilige producten is ook in het belang van de verkoper, want als de consument niet tevreden is, dan koopt hij bij een ander een veiliger product zonder nanodeeltjes. In de meeste landen zijn retailers nog niet zo ver dat ze de gewenste informatie over nanodeeltjes over de betreffende producten aan de klant kunnen geven. Zwitserland vormt hierop een uitzondering. In Zwitserland hebben retailers namelijk het initiatief genomen om navraag te doen bij de producenten of hun producten nanodeeltjes bevatten en of ze veilig zijn.
  
Vindt u dat retailers onderzoek moeten laten doen naar schadelijke nanodeeltjes in hun producten?
Retailers zouden samen met RIVM moeten deelnemen aan een klankbordgroep, waarbij zij de laatste informatie over nanotechnologie en met name over nanodeeltjes in producten kunnen uitwisselen.

Wat voor beleid zouden retailers moeten voeren op het gebied van nanodeeltjes in producten?
Retailers zouden een helder beleid moeten ontwikkelen over welke producten met nanodeeltjes ze wel en welke ze niet willen verkopen. Retailers kunnen producenten onder druk zetten en hen dwingen veilige producten op de markt te zetten. Doen ze dit niet dan nemen de retailers geen producten meer af, bijvoorbeeld. Het is echter niet eenvoudig dit te controleren, vooral niet bij het importeren van producten. Er bestaat nog geen scanner waarmee je nanodeeltjes in producten kunt opsporen.

U bent pas in Beijing geweest voor een nanoconferentie. Wat werd daar besproken?
Ik ben in juni naar een nanoconferentie in Beijing geweest. Hier heb ik suggesties gedaan voor sprekers deze twee dagen. Tijdens het symposium werd met name ingegaan op nieuwe toepassingen op gebied van nanotechnologie. De bedoeling is dat ontwikkelingslanden ook kunnen profiteren van de kennis over nanotechnologie uit het westen. Er werd in China ook gediscussieerd over de gedragscode met betrekking tot veiligheid van nanodeeltjes. Er bestaan al internationale  samenwerkingsverbanden op het gebied van veiligheid en nanotechnologie zoals de bescherming van consumenten en werknemers. Alleen in Zwitserland hebben retailers een eigen gedragscode voor nanotechnologie gepubliceerd voor zover ik weet, dat is uniek.

Heeft u daar zelf ook een lezing gegeven?
Ik heb zelf een presentatie gegeven over nanotechnologie in Zuid-Amerika naar aanleiding van mijn  rapport over de ontwikkelingen van nanotechnologie in Brazilië Mexico en Argentinië en andere Latijns Amerikaanse landen. Met name Brazilië maakt al nanoproducten, maar veel andere Latijns Amerikaanse landen hebben niet de laboratoria om onderzoek te doen, dus willen ze graag samenwerken met Europa en sturen ze studenten hier naartoe. Het Latijns Amerikaanse netwerk van sociale wetenschappers die onderzoek doen naar nanotechnologie en samenleving sluit niet aan bij gewone techneuten in Zuid-Amerika. De sociale wetenschappers werken samen met Europeanen. Zo is er een Mexicaan op bezoek geweest in Twente bij de bekende nanowetenschapper Arie Rip. Maar op politiek niveau is het nog niet goed georganiseerd. De Europese Commissie geeft de onderzoekers geld om te experimenteren, maar ze moeten zich dan wel aan de richtlijnen houden. Zo heeft Brazilië een budget beschikbaar gesteld voor communicatie over nanotechnologie. In Brazilie werken ze soms aan andere toepassingen van nanotechnologie dan wij in Europa. Zo is er een medicinale crème met nanodeeltjes ontwikkeld dat de huidziekte Leishmaniasis doet verdwijnen zodra je de crème opsmeert en ermee in de zon loopt. In Nederland werken ze niet aan deze toepassing, omdat deze ziekte hier niet voorkomt. Een andere toepassing van nanotechnologie in Zuid Amerika is het labellen van vee met nanochips, opdat ze de dieren op een groot stuk grond kunnen terugvinden.

Interview: Karmijntekst
Film: Ipsovideo