Ronald van Welie

Directeur Technische Zaken, Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV)

Interview met Ronald van Welie, technisch directeur Nederlandse Cosmetica Vereniging

Ronald van Welie is technisch directeur van de Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV). Volgens hem vormen nanodeeltjes in cosmetische producten geen risico. De discussie zou zich niet moeten richten op de bekende nanodeeltjes in zonnebrandcrèmes, maar op nieuwe deeltjes, vindt hij.

Wat houdt uw functie in?
Ik doe alle technische inhoudelijke zaken voor onze leden. Van de ene kant ondersteuning bij de ontwikkeling van producten en materialen en van de andere kant wetgeving, dus waar onze leden rekening mee moeten houden. Onze leden zijn multinationals zoals Unilever, Estee Lauder, L’Oreal, Procter en Gamble, Beiersdorf  maar ook MKB bedrijven die in Nederland zijn gevestigd. Onze brancheorganisatie behartigt de belangen van onze leden, de cosmeticabedrijven actief in ons land.

Zoals u weet zijn er een aantal bedrijven die producten met nanodeeltjes produceren, zoals Nivea met nano-deodorant…
Nee, dat zijn geen echte nanodeeltjes. In deze deodorant zitten wel zilverdeeltjes, maar dat is zilverzout, het heeft niks met nanotechnologie te maken. Je hebt wel zonnebrandcrèmes waarin nanodeeltjes zitten, van titaniumdioxide bijvoorbeeld.

Welke merken zijn dat?
We houden geen merken apart bij, maar het is simpeler om op de ingrediënten declaratie van het product te kijken of het erin zit. Ik denk dat de meeste zonnebrandcrèmes het wel hebben.

Staat het al wel op het etiket dat er nanodeeltjes in zitten?
Nee nu nog niet, de producenten moeten hun etiketten nog bijwerken. Maar het komt in de loop van de jaren wel, omdat de consumenten het belangrijk vinden dat het erop staat.

Etikettering is nog niet verplicht volgens de wetgeving?
Jawel, het is verplicht. De cosmeticaverordening is afgelopen december 2009 herzien en daarin staat vastgelegd dat nano op het etiket vermeld moet worden. Het komt bij ieder nano-ingrediënt te staan in de ingrediënten declaratie op het product.

Zijn er andere communicatiemiddelen waarin staat dat er nanodeeltjes in de producten zitten?
Ik denk het wel, maar ik weet niet bij welke producten. Misschien staat die informatie op internet, want dat is makkelijker en sneller bij te houden dan op etiketten.

Vindt u dat retailers er meer moeite voor moeten doen om aan hun klanten te vertellen dat er in producten nanodeeltjes zitten?
Nou, retailers moeten al zoveel vertellen. Je wordt al overstelpt met informatie in de winkels en supermarkten. Ik weet niet of ze dit er ook nog expliciet bij moeten zeggen. Ik vind dat ze eerst een goede reden moeten hebben om over nanodeeltjes te vertellen. Als er geen duidelijke reden is om het te vermelden, krijg je een stukje non-informatie. En nano-informatie voor cosmetica staat straks gewoon op het etiket.
Denkt u dat er risico’s verbonden zijn aan producten met nanodeeltjes?
De producten moeten volgens de wetgeving geëvalueerd worden op hun veiligheid voordat ze op de markt komen. Dus de producten die op de markt komen zijn veilig voor gebruik. Er wordt uitgebreid studie gedaan naar nanomaterialen. Alleen als we het veilig kunnen gebruiken komt het op de markt. De voordelen zijn enorm. Wanneer je nano-zonnebrandcrème opsmeert, dan is het een hele goede bescherming tegen de schadelijke UV-straling. Titaandioxide en zinkoxide zijn vooral goede beschermers tegen UV-straling in combinatie met andere filters. Doe de proef op de som: smeer jezelf half in met zonnebrandcrème en ga in de zon liggen. Kijk wat het met je huid doet.

U gaat ervan uit dat de wetgeving en het onderzoek gewoon goed lopen?
In de cosmeticawetgeving is nu vastgelegd dat je moet etiketteren, dat je ingrediënten moet aanmelden, en dat je moet aangeven hoe je de veiligheid van het nanomateriaal hebt onderzocht bij de Europese Commissie. We hebben afgesproken dat dit centraal gebeurt, dus iedereen doet dat in Europa. De Europese Commissie controleert of het allemaal goed gaat. Er zit een clausule op, dat de Commissie de wetgeving voortdurend kan aanpassen als er nieuwe inzichten zijn, want de kennisontwikkeling van nanotechnologie is enorm snel. Dus op het moment dat die wetgeving aanpassing behoeft, ligt die mogelijkheid er gewoon. In die zin is de wetgeving erg nauwkeurig geregeld.

Doen jullie zelf onderzoek naar nanoproducten?
Nou wijzelf niet, want we zijn een brancheorganisatie. Onderzoek doen onze leden, want die brengen de producten op de markt.

Is er nog iets dat u belangrijk vindt om te vertellen binnen de nanodiscussie?
De nanodiscussie is een hele brede discussie. Het debat gaat over nanotechnologie. We moeten ons veel meer focussen op de nieuwe deeltjes, niet op de oude, zoals de titaniumdioxide en zinkoxide. Deze ingrediënten worden al jarenlang gebruikt in zonneproducten, wat nu toevallig in nanovorm bestaat.  We weten dat ze hun werking goed doen. Ze verdelen zich goed op de huid, ze weren goed UV stralen. Daarvoor gebruiken we ze ook. Maar ik denk dat we ons beter zorgen kunnen maken om  nieuwe nano moleculen met heel specifieke eigenschappen, die mogelijk in producten gestopt worden. Ga filosoferen over de mogelijke voordelen en de nadelen van deze nieuwe deeltjes. Kijk voor meer informatie over cosmetica en nanodeeltjes op onze website www.ncv-cosmetica.nl.