Bart Walhout

Onderzoeker Rathenau Instituut

Interview met Bart Walhout projectleider bij het Rathenau Instituut

Bart Walhout is onderzoeker en projectleider bij het Rathenau Instituut. Dit instituut onderzoekt de invloed van wetenschap en technologie op de maatschappij en informeert de politiek hierover. Daarnaast organiseert het discussie-workshops. Onderzoekers van hetRathenau Instituut treden regelmatig op in de activiteiten van het Nanopodium. Bart Walhout,door zijn collega’s  ook wel Mr Nano genoemd, volgt de discussies rondom nanotechnologie op de voet en geeft hierover adviezen.

Bestudeert het Rathenau Instituut alleen maar ontwikkelingen rondom nanotechnologie?
Nee, we zijn geïnteresseerd in allerlei soorten technologie op het gebied van ict privacy of energie en duurzaamheid. We geven ook een blad uit genaamd Flux, waar we uitgebreid aandacht besteden aan onze onderzoeken. Bij de start van de Nationale Nanodialoog begin dit jaar hadden we een themanummer over nanotechnologie. Sinds 2003 zijn we bezig om aandacht te vragen voor nanotechnologie. We richten ons daarbij vooral op de rol van de overheid. In 2008 maakten wij een studie over hoe je het beste een maatschappelijke dialoog kunt houden over nanotechnologie, waarbij de mening van het publiek en maatschappelijke organisaties wordt gepeild. We maakten een boekje met 10 lessen voor de nanodialoog. Wij doen momenteel mee als expert bij de debatten over nanotechnologie bij het Nanopodium.

Hoe reageren politici op jullie adviezen?
Nanotechnologie krijgt steeds meer aandacht in de Tweede Kamer. Met name vanuit de (linkse) partijen die contacten hebben met verontruste vakbonden en milieu-organisaties. Maar ik zie dat ook individuele kamerleden van andere partijen aandacht hebben voor nanotechnologie. Maar het onderwerp is niet zo belangrijk dat het in de politieke programma’s zit.

Werken de Europarlementariërs en Tweede kamerleden hierin samen?
Binnen een politieke partij is er natuurlijk wel uitwisseling, maar op dit moment reageert de Europese politiek op Europese richtlijnenen de Nederlandse politiek op binnenlandse ontwikkelingen. Wat in Europa gebeurt wordt door de lidstaten naar voren gebracht. Daarin zou de nationale politiek wat mij  betreft meer druk op de nationale inbreng in de Europese onderhandelingen mogen zetten.

In diverse producten zijn nanodeeltjes verwerkt. Hoe hebt u te maken met dergelijke producten?
Wij volgen de discussies over nanodeeltjes op de voet. In 2006 was er bijvoorbeeld een rel in Duitsland over de Magic Nano spuitbus. Achteraf bleek dat niet de nanodeeltjes giftig waren, maar de drijfgassen in de spuitbus. De Duitse VWA kon niet goed achterhalen wat er in de spuitbus zat. Dat geeft veel onzekerheid. Wij pleiten er dan ook voor dat in Nederland het RIVM en de VWA goed op de hoogte zijn van welke nanomaterialen in welke producten zijn verwerkt. Deze instituten geven aan wat de stand van zaken is op het gebied gezondheidsrisico’s bij producten. Om adviezen te geven over wat we moeten weten en wat we moeten doen om gezondheidsrisico’s bij bepaalde producten te vermijden moet het gebruik van nanomaterialen in kaart worden gebracht. Momenteel ontbreekt nog een dergelijk overzicht bij producten met nanodeeltjes. Het probleem is dat bedrijven in veel gevallen nu nog niet verplicht zijn om te vermelden in welke producten nanodeeltjes verwerkt zijn. Als je de onzekerheid over risico’s wilt verminderen moet dat overzicht er snel komen.

Hoe kunnen retailers het beste over hun producten met nanodeeltjes communiceren?
Moeilijke vraag. Belangrijk is om binnen de branche de koppen bij elkaar te steken. De kennis zit overal en nergens. Het laatste overzicht van VWA met nanoproducten en leveranciers is ook nog niet volledig. Er staan ook producten op die mogelijk nanodeeltjes bevatten, maar waarvan we het nog niet zeker weten. Via de branche zou je meer informatie boven tafel moeten krijgen. Het Kennis en Informatiepunt Risico’s Nanotechnologie (KIR-nano) bij het RIVM is de aangewezen plek om met wetenschappers te overleggen over mogelijke risico’s. De ondernemersorganisatie VNO NCW heeft ook een werkgroep nanotechnologie waar je informatie zou kunnen halen, bijvoorbeeld over hoe je naar buiten toe kunt communiceren.

Hoe zouden retailers  het beste over hun nanoproducten naar de consument moeten communiceren?
Hoe je hierover moet communiceren hangt af van de gezondheidsrisico’s van zo’n product. Zo heb je bijvoorbeeld nanobuisjes in fietsframes, autobumpers en tennisrackets. Er zijn aanwijzingen dat koolstofnanobuisjes schadelijk kunnen zijn, maar of er sprake is van een risico hangt ervan af of ze ingeademd kunnen worden of niet. Van elektronica is bekend dat de nanodeeltjes in de chip verwerkt zijn en niet los komen. Dus dan zijn deze deeltjes niet gevaarlijk voor de gezondheid. Maar op spuitbussen met nanodeeltjes is het wel goed om expliciet te vermelden dat er nanodeeltjes inzitten, omdat je deze kunt inademen zodra je de inhoud verspuit. In Europees verband is er een actie gestart om op de ingrediëntenlijst op het etiket na de naam van de stof (nano) erachter te zetten. Maar alleen een vermelding op het etiket lijkt mij niet voldoende. Verwijs ook naar een website, waar je meer  informatie over de effecten van nanodeeltjes geeft.  Ik pleit ook voor een kenniscentrum waar mensen vragen kunnen stellen over wat de meest veilige of onveilige reinigingsmiddelen zijn etc. Retailers wil ik aanraden om informatie bij het KIR-nano in te winnen. Retailers doen er goed aan om een eigen standpunt met betrekking tot nanotechnologie in te nemen. Doe je dat niet en je wordt geconfronteerd met lastige vragen, dan heb je weinig om naar  te verwijzen.

Wilt u nog iets kwijt over nanotechnologie?
Nanotechnologie beperkt zich niet tot gezondheids- en milieuvragen, maar behelst ook sociaal- maatschappelijke zaken zoals zelftesten die je met nanotechnologie kunt doen. Je speelt zelf voor dokter, maar waar liggen dan de verantwoordelijkheden zodra het mis gaat? De mensen krijgen meer vrijheden maar worden ze hierin ook begeleid? Al dat soort vragen moeten ook beantwoord worden door de betrokken instanties en overheid. Bij veel producten is het zo dat een dergelijke discussie pas op gang komt wanneer er een product bijna op de markt komt. Maar eigenlijk zouden we deze discussies al veel langer van tevoren moeten voeren. Wij werken voor de politiek, dus natuurlijk geven we de politiek deze boodschap mee, maar het blijft een moeilijk punt om pro-actief  op onzekerheden over risico’s te reageren