Henk Leeuwis

Adjunct-directeur LioniX

Interview met Henk Leeuwis, producent van nanoproducten

Henk Leeuwis is adjunct-directeur van LioniX. LioniX ontwikkelt en produceert op nanotechnologie gebaseerde producten en is ook een soort broedplaats voor nieuwe bedrijven op dat gebied. LioniX maakt geen nanoproducten, die schadelijk zijn voor de gezondheid. Niet alle nanodeeltjes zijn schadelijk, er zijn er zelfs die gezond zijn voor de mens, legt Henk Leeuwis uit.

Wat doet LioniX precies?
LioniX maakt specifieke op maat gemaakte  producten voor een klant en heeft dus geen eigen producten, zoals dat wel het geval is bij een aantal spin-out.  Zo is er een spin-out in Leeuwarden die op microchip gebaseerde analyseapparatuur voor de watermarkt maakt. “We huren het clean-room laboratorium van de Universiteit Twente om onze productie te doen en zo kunnen we bijvoorbeeld makkelijk 10000 chip-sensoren per jaar voor de klant maken.”

Wat produceert LioniX?
“We produceren geen consumentenproducten met nano, waar jullie je druk om maken zoals zonnebrandcreme met nanodeeltjes. We maken onder andere optische chips voor optische communicatie. Tegenwoordig gaat veel data-transport al optisch met fibers, maar de ‘routing’ nog elektronisch. In de toekomst wordt dit meer en meer optisch met nanofotonische chips. De KPN zou toepassingen met deze chips in een verdeelkast in de wijk kunnen zetten of zelfs bij de consument (‘Fiber-to-the-Home’) . Een andere klant van ons is een bedrijf dat instrumenten maakt om heel precies kleine hoeveelheden langsstromende gassen en vloeistoffen te meten. Wij zijn ook bezig om met nanotechnologie devices te ontwikkelen waarin je kankercellen kunt karakteriseren. Zo zou je de reactie op medicijnen ‘in-vitro’ kunnen nagaan , en daarmee het aantal testen met proefdieren kunnen terugbrengen. Overigens zou je deze werkwijze ook kunnen toepassen om de toxiciteit van nanodeeltjes te onderzoeken!”

U bent ook lid van een vereniging voor nanotechnologie?
Ik ben een van de oprichters van de vereniging voor nanotechnologie, MinacNed. Hierbij zijn bedrijven en instellingen aangesloten die zich met nanotechnologie bezig houden. De bedrijven aan de ‘moeilijke’ kant van nano zitten hier tot nog toe niet in, zoals producenten van  verf en cosmetica.

Wat zijn de risico’s van nanodeeltjes?
“Je moet weten dat er met veel toepassingen van de nanotechnologie geen speciale risico’s aan de orde zijn. Maar als je het hebt over nanodeeltjes kun je een grove tweedeling maken wat risico betreft:
• Deeltjes, die vrij rondzweven zouden een gezondheidsrisico kunnen vormen.
• Vaste nanodeeltjes, bijvoorbeeld in de vorm van dunne films in chips en die dus niet losraken vormen in principe geen risico.
Naar consument en gebruik is er ook een tweedeling van ‘zachte’ en ‘harde’ nanodeeltjes. Zachte deeltjes zijn bio/organisch en zitten bijvoorbeeld in gewoon eten. Eigenlijk eten we al sinds mensenheugenis nanodeeltjes zoals in slagroom, maar niemand heeft er last van. Er kleven ook geen gezondheidsrisico’s aan, integendeel met behulp van de tegenwoordige nanotechnieken  kun je zelfs mayonaise maken met vetbolletjes gevuld met water. Het smaakt naar vette mayonaise, maar je eet grotendeels water, dus magere mayonaise. Toch durven de voedingsbedrijven er nauwelijks over te communiceren vanwege de ophef over de mogelijke risico’s van nanotechnologie. 
Maar er zijn ook anorganische of te wel harde nanodeeltjes zoals titaandioxide, waarvan nog niet voldoende is onderzocht of deze schadelijk zullen zijn voor het milieu of gezondheid. Duidelijk is in ieder geval dat ze door de kleine omvang opgenomen kunnen worden op celniveau.. Heel veel medicijnen worden niet zomaar opgenomen en dat zou je juist met nanotechnologie kunnen verbeteren. Een mooi voorbeeld is het ‘harde’ ijzeroxide in staalpillen, dat vermoedelijk als nanodeeltje beter werkt tegen bloedarmoede. Er is veel discussie gaande over deze harde nanodeeltjes, omdat je ze niet zomaar uitpoept maar in het lichaam gaan zwerven. De vraag is of dit op termijn schadelijk voor het lichaam is.

Welke deeltjes zijn nou echt schadelijk?
Ik weet het niet. Het is lastig om erachter te komen. Je kunt het vergelijken met asbest. In het begin wisten we ook niet dat het schadelijk was, maar daar zijn we laterpas achter gekomen. De meeste landen, inclusief de EU zelf, stimuleert het onderzoek hiernaar. In Nederland moet 15% van het subsidiebudget van het nieuwe programma voor nanotechnologie  naar dit onderzoek gaan. Het wordt wel serieus genomen. Verder wordt er veel gedaan aan bewustwording bij het publiek, zoals in het kader van Nanopodium, de geldgever van jullie project.

Vindt u dat de retailer moet communiceren over nano in zijn producten?
Wat mij opvalt is dat men eerder nog vol trots op de verpakking zette dat bepaalde producten met behulp van nanotechnologie zijn gemaakt, maar dat tegenwoordig er wel opstaat dat ze juist zonder nanotechnologie zijn gemaakt. Dat geeft de tendens wel aan, dat men tegenwoordig wat terughoudend is ten opzichte van nanotechnologie. Het moet geen overkill zijn maar reële voorlichting lijkt me wel verstandig.  Zeker als er nog weinig over bekend is. Het moet gewoon allemaal zo veilig mogelijk zijn, maar wat is onveilig? 100% veiligheid is nergens voor te garanderen en je moet elkaar ook niet gek maken.

Hoe moet een retailer zich informeren over nano?
Het is voor een retailer moeilijk , omdat hij klanten zal hebben die er moeite mee hebben en klanten die er geen moeite mee hebben. Hij moet maar proberen zo veel mogelijk info bij zijn leverancier los te krijgen, die zich tenslotte moet houden aan de wetgeving.

Is de REACH wetgeving voldoende?
Dat weet ik niet, omdat er nog zoveel dingen moeten worden onderzocht. De retailer moet wel producten kunnen verantwoorden en verwijzen naar het label bijvoorbeeld. Bij supermarkten wordt het lastig, want die zijn zo groot. De drogist weet wel te vertellen wat een product speciaal maakt, dus moet deze ook wat kunnen vertellen over de risico’s. Een retailer kan er ook voor kiezen bepaalde (nano) producten niet te verkopen. Net als bij een apotheek zou de retailer informatie aan de producent in de vorm van labels of bijsluiters bij de producten kunnen vragen.